Een ode aan de zon

Afgelopen week was het ineens zomer. We leken we het allemaal nodig te hebben. Met een chronisch te kort aan vitamine D vierden we de vrijheid die de warmte met zich meebracht: blote benen, (net iets te veel) wijn drinken in de zon op het terras, en eerder weggaan van het werk om de barbecue voor te breiden.

Ondanks dat ik zo lang als ik al leef meer een wintermens ben dan een zonaanbidder, had ook ik de zon gemist en het bijkomstige fijne gevoel wat ze met zich meebracht. Op woensdagochtend stapte ik verliefd op de wereld de deur uit naar buiten. De warmte gaf de straat andere geuren: het asfalt, maar ook de aardbeien in de etalage van de groenteboer naast mijn huis leken extra sterk te ruiken. Een vreemde, maar ó zo lekkere combinatie. De bedwelmende geur van zonnebrand die op elke straathoek tegemoet kwam, wakkerde het zomergevoel nog extra aan.

AfterlightImage 6.JPG
AfterlightImage 5.JPG

Ik besefte me wat de zon eigenlijk deed met mensen. Zo floreerde mijn productiviteit. Leek iedereen die ik passeerde een tikkeltje vriendelijker (of vrediger) uit hun ogen te kijken. En als iemand iets vergeten was bij de kassa, waren er in de rij net wat minder verhitte gezichten – het was toch een verkoeling om daar te zijn.

Een ode aan de zon, de zomerse geuren en vooral de vriendelijkheid die het bij velen met zich meebracht. Hoe we allemaal wat meer zachtmoedig, goedhartig en veerkrachtiger waren. Alles ging (s)lomer en daar hadden we eindelijk weer eens vrede mee.

Laat de zon nog maar wat vaker zo schijnen.